Het grootste gedeelte van de kunst- en cultuurprojecten in Nederland worden voor de minderheid van de Nederlandse bevolking gemaakt. Dit terwijl kunst en cultuur voor iedereen van belang is en een meerwaarde voor ieders leven. Nederland kent ongeveer 500.000 mbo studenten, een grote groep jongeren. Toch bezoeken mbo studenten tijdens hun opleiding zelden een museum. Om mbo studenten een waardevol bezoek aan een museum te geven, moet je als museum goed weten wie deze doelgroep is en waar hun behoeften liggen.

Het afgelopen jaar heb ik onderzoek gedaan naar hoe een museum een waardevol educatief aanbod voor mbo’ers kan aanbieden. En dan vooral gericht op persoonsvorming en het ontwikkelen van kritische denkvaardigheden bij deze studenten. Vaardigheden waar een mbo student zijn/haar hele leven profijt van heeft. 

Hiervoor heb ik verschillende perspectieven geïnterviewd. Ik heb mbo museumeducatie bekeken vanuit verschillende culturele instellingen zoals musea en een fonds, vanuit mbo docenten, mbo studenten, literatuur en vanuit mijn eigen onderwijspraktijk.

Er zijn al mooie initiatieven vanuit verschillende organisaties en musea wat betreft mbo museumeducatie. Neem uit onderstaande tips en tricks mee wat je kunt gebruiken.

 

Voordat we het kunnen gaan hebben over persoonsvorming en het ontwikkelen van kritische denkvaardigheden, zal er in een museum een basis moeten zijn waardoor een mbo’er zich welkom, gekend en gezien voelt. De doelgroep zal tenslotte eerst je museum in moeten komen voordat je er mee aan de slag kunt.

 

  • Het begint aan de voorkant. Kom ik, als docent, op de website van een museum en ik zie bij onderwijs geen kopje mbo? Of het kopje mbo is weggezet bij vo? Hele kleine kans dat ik nog verder op zoek ga en het museum met mijn groep ga bezoeken. Het geeft me aan dat ze geen idee hebben wie de doelgroep is en wat hun behoeften zijn.

 

  • Ontwikkel je educatie in samenwerking met je doelpubliek. Zij weten immers het beste waar ze behoefte aan hebben. Uitgeverij Codename Future doet dit bijvoorbeeld ook bij het ontwikkelen van hun burgerschapsmethode, peereducation staat voor hen centraal. Frouke Jorna van Stedelijk Museum Amsterdam zegt hierover: “Beginnen bij het begin. Dat als  je museumeducatie ontwikkelt je dat niet vóór mensen doet, maar mét mensen.”

 

  • Wil je een project voor mbo’ers opzetten? Ga op zoek naar inhoudelijke partners of een financieringsfonds voor je project. Zo heeft museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam samenwerking gezocht met uitgeverij Codename Future en zo het educatieprogramma ‘Van KIJKEN naar ZIEN’ ontwikkeld. Dit project is dan weer gefinancierd door Fonds 21. Fonds 21 heeft de programmaregeling ‘Kunsteducatie voor mbo’ers’. Zij stimuleren hierin culturele instellingen om kwalitatief en toegankelijk aanbod te ontwikkelen voor mbo studenten. Deze programmaregeling is onlangs zelfs met vier jaar verlengd.

 

  • Is slechts een bezoek aan een museum voor de doelgroep genoeg? Wat dacht je van een voorbereidende les die op school gegeven wordt? Laura Wiegant van Codename Future zegt hierover: “Door de voorbereidende les hoorden we studenten in het museum zeggen: ‘Oh, dit komt terug, dit hebben we in de les ook besproken.’” Een voorbereidende les dient als inleiding en kennismaking.

 

  • Heel belangrijk: Dé mbo’er bestaat niet. Daarnaast heb je te maken met verschillende niveaus binnen het mbo. Een niveau twee groep spreek je heel anders aan dan een niveau vier groep. Ben je als museum dus bewust van deze verschillen en hoe er mee om te gaan.

 

  • Weet welke mbo instellingen er zijn en hoe deze te bereiken. In het po en vo heeft een school vaak een cultuurcoördinator, in het mbo is dit er vaak niet en kan contact krijgen moeilijker zijn. Maak je daarom zichtbaar voor mbo instellingen. Bijvoorbeeld door een conferentie te organiseren of het gesprek aan te gaan op het niveau waar het geld zit: de bestuurlijke kant van een onderwijsinstelling.

 

 

Yes, je welkomsbord hangt uit, en nu? Mbo groepen die je nu in het museum ziet zijn vaak vormgevings- of ontwerpopleidingen. Nog te vaak wordt er gedacht: die hebben er ook echt wat te zoeken. Wat moeten andere opleidingen er dan? Alle mbo’ers hebben wat in een museum te zoeken, maar je moet ze op een andere manier aanspreken om het tot een waardevol bezoek te maken. Richt je op persoonsvorming en het ontwikkelen van kritische denkvaardigheden.

 

  • Spreek de doelgroep aan op een andere manier dan je wellicht gewend bent om doelgroepen aan te spreken. Het gaat niet om de kunstenaar van een expositie, het gaat over het ontwikkelen van kritische denkvaardigheden bij de studenten. Het gaat daarbij ook niet om goed of fout. Bevraag de studenten juist op hun verschillende perspectieven.

 

  • Vertraag en ontleed met de groep. Blijf niet altijd hangen in ‘het snelle denken’. Ga dieper in op iemands mening en neem geen stelling in, als museumdocent, maar bevraag. Kijk vanuit een vragende blik om je heen naar de wereld. Zo ontstaat er ruimte om het over onderwerpen vanuit verschillende perspectieven te hebben.

 

  • Zorg voor herkenbaarheid bij de studenten. Maak een programma passend bij de werken in je museum wat aansluit bij de belevingswereld van de studenten. Dit maakt een museumbezoek laagdrempeliger. Onthoud dat het niet de bedoeling is dat mbo’ers zich moeten aanpassen aan de doelstellingen van een museum. Namelijk hen in contact brengen met kunst. In plaats daarvan moet je je als museum focussen op wat betekenisvol is voor die mbo’er. Je bent als museum niet perse al relevant voor de doelgroep, je moet jezelf relevant maken.

 

  • Zorg voor afwisseling in je educatieve programma. Geef bijvoorbeeld ook de ruimte voor de studenten om met een opdracht zelf door het museum te lopen en op zoek te gaan. Mbo studenten geven aan autonomie te willen, speel hier met verschillende werkvormen handig op in.

 

  • Weet dat iedere student die je voor je hebt anders is en op een andere manier zijn of haar mening geeft, iedere keer weer. Ben hier als museumdocent op voorbereid en stel je flexibel op.

 

  • Mbo studenten zijn resultaatgericht en ze willen weten waarom ze iets doen. Daarnaast werkt het ook nog eens activerend wanneer iedereen in de groep weet wat zijn of haar rol is. Maak duidelijk dat iedereen belangrijk is om het bezoek te laten slagen. Iedereen is medeverantwoordelijk, dit creëert eigenaarschap.

 

  • Grote kans dat de mbo’ers die wel in het museum komen vormgevings- of ontwerpopleidingen zijn. Dat is maar een klein gedeelte van de mbo studenten. Ga op zoek naar een vaste plek in het curriculum van álle mbo studenten en laat het aansluiten bij doelstellingen van opleidingen. Hoe? Door bijvoorbeeld op zoek te gaan waar je als museum kan aansluiten bij vakken die iedere mbo student heeft. Bijvoorbeeld Burgerschap of Nederlands. Zeker als je het hebt over persoonsvorming en het ontwikkelen van kritische denkvaardigheden. Docenten burgerschap geven aan dat het heel belangrijk is voor mbo studenten om te leren hun mening te beargumenteren. Waarin kun jij ze als museum hierin ondersteunen?

 

  • Wat alle partijen die ik gesproken heb (onder andere musea, docenten en studenten) aangeven is: zorg voor veiligheid. Zorg dat de studenten hun mening dúrven geven. Hiervoor heb je museumdocenten nodig die feeling hebben met de doelgroep. Train je museumdocenten dus ook specifiek voor deze doelgroep. Dé belangrijkste competentie van de museumdocent: veiligheid creëren. 

 

  • Spreek de doelgroep aan in hun eigen taal, maak het dus niet té talig. Dit kan een onveilige situatie opleveren voor de studenten waarbij ze hun mening niet durven te geven of deze niet onder woorden kunnen brengen. Stimuleer ze om na te denken over hun taalgebruik, maar wel in hun eigen vocabulaire.